Met 25 km per uur door de geschiedenis
juli 8, 2009, 1:34 pm
Gearchiveerd onder: Cultuur, Fouta Toro, Geschiedenis

Deel 1 van het verslag van de reis naar Fouta Toro

550 kilometer. Dat is maximaal vier uurtjes Autobahn met de nieuwste Mercedes onder je reet, maar 22 uur hollen en stilstaan in een schommelende Senegalese bus. We (Abda – vriend, tolk, gids – en ik) zijn op weg naar Fouta Toro, een gebied in het noorden van Senegal tegen de grens van Mauritanië. We zitten relatief riant in de bus die elke vijftig meter stopt om nieuwe mensen op te pikken en iedere straatventer de kans geeft om zijn waren aan te prijzen. We passeren meerdere malen vrouwen die hoge stapels mango’s in schalen op hun transpirerende hoofd dragen en werkelijk alles doen om de vruchten aan de man te brengen. Met tientallen tegelijk bestormen ze de bus, duwen hun waar door het open raam, heftig schreeuwend wat de prijzen zijn. Als de buschauffeur doorrijdt, hangen de vrouwen aan de ramen, terwijl ze de chauffeur overladen met een scheldkanonnade. Abda kijkt me zorgelijk aan, ‘Je ziet, het leven is hard in Senegal. Voor deze vrouwen is het heel belangrijk dat ze per dag minstens een zak mango’s verkopen, daar krijgen ze 1000 CFA (1,5 euro) voor, waarvan ze weer kunnen eten.’ De geestdrift waarmee de vrouwen te werk gaan doet inderdaad het ergste vermoeden.

Goed functionerende snelwegen zouden een ramp zijn voor al de straatventers die leven van langzaam rijdend en stilstaand verkeer. Vooral in Dakar is het aantal straatverkopers indrukwekkend. In de stad waar het verkeer zich vrijwel altijd in slakkengang voortbeweegt kriskrassen verkopers tussen de auto’s met het meest uiteenlopende aanbod: zakjes pinda’s, wattenstaafjes, gezichtscrème, telefoonkaarten, tandpasta, gloeilampen, handdoeken, kranten, chocoladekoekjes, koffie, partjes La vache qui rit, bloemen. Je hoeft je geen moment te vervelen in de file. De grote snelwegen die de regering op dit moment in de hoofdstad bouwt zouden wel eens grote gevolgen kunnen hebben voor deze sector.

Na twee uur beginnen we op stoom te komen. De bus is gevuld. Daarmee is het gangpad verdwenen, want daarin zijn opklapbare stoeltjes bevestigd zodat geen plek onbenut blijft. De weg naar Fouta loopt eerst 270 kilometer in een rechte lijn langs de kust naar het in uiterste noordwesten van Senegal gelegen St. Louis. Langs de weg is de spoorlijn te zien die in 1885 de toenmalige hoofdstad van Frans West-Afrika verbond met Dakar, dat na 1902 deze kapitale functie overnam. De spoorlijn is al een tijdje niet meer in gebruik en is overwoekerd door struiken en hier en daar overdekt met een dikke laag zand. Zo verdwijnt de koloniale geschiedenis langzaam uit zicht. Het verkeer bestaat hier voornamelijk uit minibusjes die ons, soms met een geit op het dak, met hoge snelheid voorbijrijden. Abda wil niet met een minibus of een sept-place (stationwagon met twee achterbanken) naar Fouta reizen vanwege het hoge aantal ongelukken dat op dit soort lange trajecten gebeurt, hoofdzakelijk omdat chauffeurs in slaap vallen of onvoorzichtig rijden.

Geit op het dak van een minibus (rechtsboven):

DSC05768

De tocht naar het noorden brengt ons verder in de Sahel, dichter bij de Sahara. De begroeiing verschraalt, zelfs de baobab kan dit droge klimaat niet verdragen en verdwijnt halverwege van het decor. Alleen dorre struiken en acacia’s steken hun kop nog boven het zand, het goudgele gras hunkert naar het aanstaande regenseizoen. 

Zie je die geiten?’, vraagt Abda. Er loopt inderdaad een indrukwekkende hoeveelheid geiten over het verdorde landschap. ‘Die zijn van de Fulbe, die spreken dezelfde taal als wij’. ‘Wij’ zijn de Halpulaar, wat letterlijk sprekers van het Pulaar betekent. Sinds twee weken woon ik bij een Halpulaar familie in Guèdiawaye, een buitenwijk van Dakar. Het is het meest traditionele en trotse volk van Senegal. De Halpulaar worden ook wel Tukulor genoemd, net zoals de Fulbe ook wel Peulh worden genoemd. Zo zijn er voor elke bevolkingsgroep nog 84 andere namen en spelwijzen. In totaal maken de Fulbe en de Halpulaar samen zo’n kwart van de bevolking van Senegal uit, maar ze wonen verspreid over heel West-Afrika. Abda legt uit wat het verschil is tussen de Fulbe en de Halpulaar: ‘Hoewel we dezelfde taal spreken zijn de Fulbe oorspronkelijk nomaden, zelfs het oudste nomadenvolk van West-Afrika. Nog steeds leven veel Fulbe als nomaden die met hun vee meereizen naar vruchtbare gebieden.Wij, de Halpulaar, vestigen ons op een vaste plek en brengen het land in cultuur’.

Dé Nederlandse identiteit bestaat niet, weten we inmiddels dankzij onze prinses en dat is helemaal van toepassing op de Afrikaanse staten. Elk Afrikaans kent minstens tien verschillende bevolkingsgroepen die een aanzienlijk deel uitmaken van het land. Na de anti-kolnisatiestrijd zaten ze opeens samen opgesloten in een Europees verzinsel. De vaak kaarsrechte landsgrenzen zorgden ervoor dat sommige eeuwenoude volken opeens in vier verschillende landen kwamen te leven. Het recht van de democratie bracht de grootste bevolkingsgroep aan de macht, die deze vervolgens meestal niet meer losliet. Het gevolg is een door staatsgrepen en burgeroorlogen gedomineerd continent. Nog steeds gaat er geen jaar voorbij zonder dat er oorlog uitbreekt in een Afrikaans land, het is zo normaal geworden dat het de Westerse pers nauwelijks meer interesseert. Hoogstens als het gebeurt in een prominent land als Kenia, zoals tijdens de verkiezingsrellen tussen de twee grootste stammen van het land in 2007, wordt de Westerse bevolking op de hoogte gebracht.

Senegal is vergeleken bij het wapengekletter in landen als Angola, Mozambique en Rwanda een vredig land. Maar ook hier spelen vele lokale en etnische sentimenten een grote rol. De dominantie van de Wolof-bevolking, zo’n veertig procent van de inwoners, wordt door veel groepen als storend ervaren. In het zuiden van Senegal verzet de afscheidingsbeweging Mouvement des Forces Démocratiques de la Casamance (MDFC), opgericht door een groep Diola, een christelijke bevolkingsgroep die zo’n vijf procent van Senegal uitmaakt – tegen de dominantie van de Wolof cultuur. Nog vorige maand werden er in Casamance vier mensen vermoord bij een overval door rebellen. Vanuit de Halpulaar komt geen gewapend verzet, maar ook hier zien de mensen met lede ogen aan dat hun kinderen beter Wolof dan Pulaar spreken, vooral als ze opgroeien in de grote steden. Inmiddels spreekt 95 procent van Senegal Wolof, dat meer dan Frans de lingua franca van het land is geworden (minder dan vijftig procent spreekt en schrijft vloeiend Frans). Halpulaar intellectuelen hebben een beweging opgezet die de Renaissance van Pulaar moet bewerkstelligen, maar het lijkt een verloren zaak. Ook andere bevolkingsgroepen, als de Soninké, Serrer en Mandinké raken steeds meer gewolofiseerd.  

We zien drie Fulbes tussen de geiten lopen, ogenschijnlijk verloren in het uitgestrekte landschap. De mannen hebben een sjaal (alasho) om hun hoofd heengeslagen zodat alleen hun ogen, neus en mond te zien zijn. Ze lijken daarmee op de Touareqs (of Tamasheqs), het roemruchte nomadenvolk dat met enorme karavanen de woestijnen doorkruist en naar wie Volkswagen een terreinwagen heeft vernoemd. ‘Ze zijn verwant’, zegt Abda ‘de Touareqs stammen af van de Fulbe en de Berbers, dankzij die laatste groep hebben ze een lichtere huidskleur dan de Fulbe’. We passeren nu ook enkele Fulbedorpjes, de huisjes zijn eenvoudig, vaak rond en gemaakt van klei en riet. Ze voldoen voor korte periodes, als het vruchtbare land is afgegraasd reizen de nomaden verder, eventueel kan men er later nog eens terugkomen en de huizen weer opnieuw opbouwen. Zoals vrijwel alle nomaden in Afrika bevinden ook de Fulbe zich tussen hoop en vrees. De Afrikaanse regeringen – waarin zelden nomaden zijn vertegenwoordigd – oefenen steeds meer controle uit over hun territoria en de oprukkende Sahara laat steeds minder vruchtbare grond over voor het vee. Kadavers van koeien en geiten langs de weg zijn een illustratie van deze problemen. (NRC-correspondent Koert Lindijer schreef met Bittereinders een schitterend boek over de problemen en cultuur van de nomaden van Afrika).

De Fulbe dragen net als de Halpulaar een indrukwekkende geschiedenis met zich mee. Westerse arrogantie leidt er vaak toe de geschiedenis van Afrika met de kolonisatie te beginnen. Zeer ten onrechte, want Afrika en vooral West-Afrika had al ver ontwikkelde koning- en keizerrijken voordat er een Westerse voet aan wal was gezet. Wel is de exacte gang van deze geschiedenis lastiger te achterhalen dan die van het Westen, omdat de Afrikaanse staten een orale cultuur hadden en dus weinig opschreven. Ook toen de schriftcultuur al bekend was, bleef de mondelinge overdracht de boventoon voeren. Un vieillard qui meurt est comme un bibliotheque qui brûle zeggen ze hier, een oude man die sterft is als een bibliotheek die afbrandt.

Een van de grote rijken die zich in het gebied rond de Senegal – de rivier die nu de grens tussen Senegal en Mauritanië vormt - heeft bevonden is het Tekrur keizerrijk dat ongeveer van 800 tot 1250 na Christus werd bestuurd door de Halpulaar (waarschijnlijk is de naam Tukulor een verbastering van de naam van dit keizerrijk). In de elfde eeuw werden de leidende klassen van deze maatschappij bekeerd tot de islam, daardoor werd Tekrur ook wel ‘rijk van de zwarte moslims’ genoemd. De Halpulaar zijn nog altijd trots op hun vroege bekering, die ze tot voorlopers maakt van alle zwarte moslims in Sub-Sahara Afrika.

In de dertiende eeuw werd Tekrur opgeslokt door het enorme Malinese keizerrijk. Vanwege het sterk gedecentraliseerde bestuur van dit rijk hielden de Fulbes en Halpulaar een relatief grote autonomie. Na 1500 versnipperde het Malinese rijk weer en kwam er ruimte voor nieuwe staatjes. De Fulbische ceddo (edelman) Koli Tengala Ba stichtte in Tekrur een monarchie die bekend zou worden als Fouta Toro. Net zoals het overgrote deel van zijn onderdanen hing Ba een animistische godsdienst aan. In 1776 werden de Ba’s van hun troon gestoten door de islamitische elite (torodos) van de Halpulaar, die zo na lange tijd hun heerschappij terughadden.

Het Malinese Keizerrijk in 1337 (Bron)

history-of-mali0

Wanneer je het steppelandschap aan je voorbij ziet trekken met deze geschiedenis in je achterhoofd wordt je overvallen door heimwee naar deze prekoloniale tijd. Naar steppevolken die op paarden en kamelen tegen elkaar ten strijde trokken, in het zuiden tegengehouden door dichter wordende begroeiing waar de gespecialiseerde cavalerie niets meer kon uitrichten tegen de krijgers uit de tropen, in het noorden door de vruchteloze Sahara. De natuurlijke gang van zaken, zo had het voor altijd moeten blijven. Maar zo natuurlijk was het ook voor het Franse militaire genie Louis Faidherbe om vanaf 1854 te beginnen met het veroveren van de binnenlanden van Senegal. De betalingen die de Fransen moesten doen aan de lokale heersers in ruil voor producten (waaronder lange tijd ook slaven) begon teveel op de koloniale begroting te drukken. Langs de rivier de Senegal bouwde en herbouwde Faidherbe enkele, nog altijd te bewonderen forten en met een grote legermacht trok hij de binnenlanden in. Al in `857 had Faidherbe Fouta in handen, hoewel hij sterke tegenstand ondervond van de islamitische jihadist Cheikh Omar Tall, die van dit gebied een theocratie wilde maken.

Het gemak waarmee Faidherbe slaagde was mede te danken aan de hulp van de Halpulaar torodos, die dan wel islamitisch waren, maar weinig zagen in de egalitaire theocratie van Tall, waarmee hun bevoorrechte positie op het spel zou komen te staan. In ruil werden de torodos door de Fransen betrekkelijk met rust gelaten. Zo behielden de torodos hun macht in de dorpjes langs de Senegal, een macht die pas de laatste jaren met de regionale democratisering aan het wankelen is gebracht. (Over deze ontwikkeling en het rigide kastenstelsel van de Halpulaar later meer).

Inmiddels zijn Abda en ik St. Louis voorbij en op een smalle asfaltweg langs de rivier naar het oosten aan het rijden. Steeds meer mensen komen aan op de plaats van bestemming en de bus stopt weer vaker om zich te vullen. Het is elf uur ‘s avonds en we zijn nog altijd honderd kilometer van ons einddoel Mboumba verwijderd als de motor van de bus ermee ophoudt. Het is wachten op een auto of een minibus die ons wil meenemen. Dat gebeurt uiteindelijk vijf uur later. De chauffeur van de minibus doet er alles aan om Abda’s angst te rechtvaardigen. Hij vliegt over het met kraters bezaaide asfalt, of omzeilt deze door een stukje steppe mee te pakken. De minibus is afgeladen, er zitten minstens dertig mensen in. Om zes uur bereiken we opgelucht onze plek van bestemming. Mboumba, Abda’s geboortedorp waar nog steeds het grootste deel van zijn familie woont. Zijn broers wachten ons op en we lopen over zandpaadjes door een donker dorp, waar het nachtelijk geluid wordt gedomineerd door mekkerende schapen, ritselende kippen en blaffende honden. Altijd leuk om ’s nachts aan te komen, je weet nooit precies waar je de volgende morgen wakker wordt.

Tien minuten later komen we aan bij het ouderlijk huis van Abda, iedereen is opgestaan om ons te verwelkomen. Na mijn eerste warme douche in Senegal – het is hier overdag zo heet dat het water ook ’s nachts nog tegen de vijftig graden is – staat de théboudienne (rijst met vis) voor ons klaar. De komende dagen zal ik kennis maken met veel en soms lastig te accepteren tradities van de Halpulaar, maar deze enorme gastvrijheid zal het voortdurend een genoegen maken om in Fouta te verblijven.


1 reactie tot nu toe
Plaats een reactie

Hoi Tom,

Geweldig de geschiedenis over die volkeren en de tocht die jij samen met Abda hebt gemaakt.
Ben reuze benieuwd naar jouw avonturen in en rondom Mboumba…
Vorig jaar oktober heb ikzelf een aantal weken door Mali getrokken en ik werd weer getroffen door de gastvrijheid en humor van de Afrikanen.
Wat een prachtmensen !!!
Kunnen wij in het Westen nog veel van leren.

Overigens dat verhaal over Youssou N’Dour heb ik hartelijk gelachen om die vrouw die zich wilde etaleren….

Ik kijk uit naar de rest van jouw verblijf in Afrika.

groetjes, Carolien

Reactie door Carolien Lammers




Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s



Follow

Get every new post delivered to your Inbox.