Deel 3 van het verslag van de reis naar Fouta Toro
Sinds maart van dit jaar heeft Mboumba een democratisch gekozen burgemeester, Sadel Ndiaye. Sadel is in Mboumba geboren en heeft er ook een huis, maar hij woont voornamelijk in Dakar waar hij carrière heeft gemaakt als advocaat. Hij rijdt een Volkswagen Touareq en woont in de villawijk Les Almadies. Een succesvol man is burgemeester geworden van zijn geboortedorp. Niets bijzonders zo lijkt het.
Toch wel. Sadel is maccudo en binnen het traditionele kastenstelsel van de Halpulaar is de maccudo het equivalent van de Indiase onaanraakbare. In de bus op weg naar Fouta had ik Abda gevraagd het kastenstelsel uit te leggen. Zonder na te denken tekende hij een ladder met twaalf sporten. Bovenaan de torodos, de koningen, daaronder hun raadgevers de jawandos, daarna negen categorieën van ‘vrije luiden’: ambachtslieden (zoals houtbewerkers, edelsmeden, pottenbakkers), vissers en lofzangers (griots). Daaronder zette Abda een dikke streep om het fundamentele onderscheid tussen de maccudo en de rest aan te duiden. ‘Esclaves’ schijft hij erachter. De burgemeester van Mboumba is een slaaf.
Torodo vs. Maccudo
‘Ik ben een beetje een revolutionair’, zegt Thierry Ndiaye, de neef van de nieuwe burgemeester (die helaas in Dakar verblijft). ‘Voor mij bestaan er geen kasten, die tijd is voorbij. Het kan niet dat er in de Senegalese samenleving nog sprake is van slavernij’. Thierry is opgetogen over de uitverkiezing van zijn oom, te danken aan het feit dat de overgrote meerderheid van Mboumba maccudo is: ‘Ik ben heel blij dat we nu een democratisch gekozen burgemeester hebben in plaats van een op traditie gebaseerde heerschappij. De torodos waren vaak wrede leiders, ze hebben de maccudos lang onderdrukt. Als de jawandos (de raadgevers van de torodos) op een tocht door het dorp een mooi schaap van een maccudo zagen, fluisterden ze dat de torodos in, die het vervolgens afnamen. Er is een ander voorbeeld dat goed illustreert hoe er naar ons werd gekeken. De torodos konden tegen de regels van de islam in met vijf vrouwen trouwen, maar de voorwaarde was dat de vijfde vrouw uit de kaste van de maccudo kwam. Zij werd tara genoemd, waarmee werd aangegeven dat ze eigenlijk niet meetelde’.
Een van de controverses in Mboumba op dit moment speelt zich af rond een eeuwenoude moskee die ooit door de torodos is gebouwd. Het verhaal gaat dat zij voor de bouw van de moskee vier vrouwen van de maccudos namen en hen levend begroeven. Als een offer aan God, maar ook om de maccudos schrik aan te jagen. Burgemeester Ndiaye wil de moskee laten afbreken en een nieuwe bouwen, maar hier zijn de torodos (en ook veel anderen) tegen. De burgemeester geeft als reden dat Mboumba een nieuwe moskee nodig heeft, de tegenstanders wijzen op de monumentale status van de oude moskee. Onder beide rationele argumenten lijkt een poel aan emoties schuil te gaan.
Racine Dia is torodo, maar spreekt geen Frans. Hij heeft zijn leven gewijd aan de koran. Ik vraag hem naar zijn mening over de nieuwe burgemeester. Hij moet hard lachen. ‘Je mag me alles vragen over de islam, maar met politiek houd ik me niet bezig’. Volgens Abda wil Racine zich niet uitspreken te midden van zijn vrienden (overigens allemaal geen maccudo), omdat hij hen niet wil beledigen. Veel torodos houden zich stil, ze spreken vooral onderling hun onvrede over de ontstane situatie uit. Hoe ze over de burgemeester denken blijkt uit hun pogingen om zijn beslissingen te dwarsbomen.
De omstreden moskee

De oorsprong van de maccudo
Mody Thiam heeft een metamorfose ondergaan. Ik heb hem eerder gezien, liggend op een stoffige matras in een klein, benauwd kamertje in Dakar, aan de gevlekte muur een poster van de Kaäba in Mekka naast een ondersteboven hangende klok. Hij droeg een groezelig ruim hemd en leek er al dagen te liggen: een oude man om zich heen tastend omdat zijn ogen nauwelijks meer werken. Het beeld verdwijnt als sneeuw voor de zon bij het zien van de rijzige gestalte die vandaag over de drempel stapt. Een maagdelijk witte boubou accentueert zijn egaal zwarte huid, op zijn hoofd staat een eveneens witte chechia, op zijn neus een getinte bril met gouden montuur. Hoewel zijn tred nog altijd zoekende is, straalt hij rust en controle uit. Zijn groet is krachtig en hartelijk.
Mody is de vader van mijn vriend Abda, hij is zeventig jaar oud. Dertien jaar geleden verwekte hij de laatste van zijn in totaal zeventien kinderen bij zijn jongste vrouw Dieynaba die toen 37 jaar oud was. Dieynaba is ook de moeder van Abda, haar oudste zoon die zij op haar zeventiende ter wereld bracht. Mody’s eerste vrouw Dièry is 61 jaar oud. De twee vrouwen wonen samen met hun man op een ruim woonerf in Mboumba, samen met een continu schommelend aantal andere mensen: zoons, dochters, kleinkinderen, kennissen, het is de ‘extended family’ ten top.
Mody is een baylo, edelsmid, een vak dat hij vanwege zijn verminderde zicht al elf jaar niet meer kan uitoefenen. Mody is één van de ouderen van Mboumba, iemand die de veranderingen in Fouta de laatste decennia van dichtbij heeft meegemaakt. ‘Als Mody praat, luistert iedereen’, vertelde iemand mij al in Dakar. Dat blijkt te kloppen. Hij is een goede spreker, zelfs als je het Pulaar niet verstaat houdt hij de aandacht op zich gericht door zijn vaste stem en mooie timbre.
‘Nu een maccudo burgemeester is geworden zijn de oude tijden definitief voorbij’, zegt Mody terwijl hij zijn ogen op een vast punt gericht houdt, zodat hij uiterlijk emotieloos lijkt. ‘ ‘Het probleem is nu dat we twee machten hebben, want de torodos, de oude machthebbers, erkennen geen maccudo als burgemeester en beschouwen zichzelf nog altijd als de natuurlijke leiders van Mboumba’. Hij zucht. ‘Je moet het zo zien, in dit dorp hielden de vrijen eeuwenlang de ketting vast om de nek van de slaaf, maar deze ketting is nu gebroken. Wat gaan de maccudos doen? Misschien komt de ketting wel om onze nek terecht’.
Tijdens het gesprek kom ik er niet achter wat Mody precies vindt van de situatie. Hij lijkt niet te weten aan welke kant hij moet staan, enerzijds verbluft dat een slaaf nu over zijn dorp regeert, maar zich ook bewust dat de tijden veranderen. Uit zichzelf begint hij te vertellen over de geschiedenis, misschien omdat die minder gevoelig ligt: ‘In de achttiende eeuw verstootten de torodos de ceddo (edelman) Koli Tengala Ba uit Fouta. Zowel de adel als de onderdanen waren nog grotendeels ongelovig [d.w.z. animistisch] en de torodos begonnen het gebied te islamiseren. Iedereen die weigerde zich tot de islam te bekeren werd gevangen genomen en tot slaaf gemaakt, deze mensen zouden de maccudos worden. Dat betekende dat er ook ceddos waren die tot slaaf werden gemaakt, maar er waren eveneens veel ceddos die torodo werden. De decennia daarop verdeelden de torodos de bevolking in twaalf subdivisies, uiteraard zetten ze zichzelf bovenaan. De torodos gingen naar school en onderhielden contacten met de overheersers, de rest moest werken. Zo werkte het systeem eeuwenlang, tot ongeveer twintig jaar geleden’.
Een kapot systeem
Een dorp als Mboumba heeft een hoog Asterix en Obelix-gehalte, iedereen heeft zijn eigen taak en zelfs de bard (griot) ontbreekt niet. Abda vertelde dat zijn overgrootvader de specifieke taak had om loslopende gekken te ketenen. Het is een waterdicht systeem zolang niemand zich aan zijn of haar taak onttrekt. Dat gebeurt nu juist wel. Eerst was daar de maccudo, de ultieme schlemiel van het kastenstelsel, die zich niet langer bij zijn lot neerlegde. Veel maccudozonen vertrokken naar Dakar of het buitenland om daar hun eigen geluk te maken, vaak met succes. Ze keerden terug naar hun geboortedorp met een grote auto om onder de ogen van hun verbouwereerde dorpsgenoten grote huizen te bouwen voor zichzelf en hun familie.
Goed voorbeeld doet volgen. Ook de ambachtslieden hadden problemen hun hoofd boven water te houden. Hun producten werden overbodig gemaakt door de Chinese prullaria die ook Senegal overspoelden. Steeds minder zonen leerden het beroep van hun vader en ook zij trokken naar de stad. Nu lijkt er in de dorpen van Fouta wel een hele generatie te ontbreken, er zijn weinig mannen te vinden tussen de 25 en veertig jaar die permanent in het noordelijke gebied wonen.
Baylo (edelsmid) Omar Thiam in zijn werkplaats

‘Ik werk deels in Mauritanië om rond te komen’, zegt leerbewerker Al Hassane Sy, ‘maar ik heb hier in Mboumba mijn vaste plek, al mijn geld komt hier terecht. Maar ik ben één van de weinigen, steeds meer jongeren trekken hier weg om zich definitief in de stad te vestigen. Het geld blijft daar, ze sturen niets meer op. Dat is nog niet het ergste, er zijn dorpen in Fouta die geen sakebo (leerbewerker) meer hebben, er zijn dorpen die geen baylo (edelsmid) meer hebben, er zijn dorpen zonder laobo (houtbewerker)’.
Sakebo (leerbewerker) Ibrahima Tagourla

Het is een onoplosbare paradox. De wegtrekkende jongeren zijn zowel het probleem als de oplossing. Ze ontwrichten het kastenstelsel dat zo lang goed heeft gefunctioneerd, maar tegelijkertijd zijn veel dorpen en families zonder het geld dat zij opsturen ten dode opgeschreven. En waar je vroeger in tijden van nood altijd een maccudo kon verkopen is ook dat niet langer mogelijk.
De toekomst van Mboumba en de legende van Abda
Mboumba staat op een kruispunt, net als vrijwel alle andere dorpen in Fouta Toro. De meeste tradities zijn in verval, de vernieuwing lijkt niet tegen te houden. Conservatieve krachten zetten hun hakken in het zand uit angst hun identiteit te verliezen, maar ook omdat ze hun dorp langzaam ten onder zien gaan. Ze zijn afhankelijk van geld van buitenaf, zoals zoveel kleine traditionele gemeenschappen in Afrika die tussen heden en verleden zweven. Hoe complex de situatie is blijkt uit de band die de jonge mannen en vrouwen die vertrekken met het gebied houden. Thierry Ndiaye, die in Dakar een lassersopleiding volgt, bezingt in raps en traditionele liedjes de pracht van Fouta, Abda benadrukt vaak de problemen die er zijn, maar is tegelijkertijd een trotse gids, die mij aan het hele dorp voorstelt. Toen ik mijn docente Frans, een Halpulaar, vertelde dat ik naar Fouta ging en hier ook wat over ging schrijven klampte ze zich aan mij vast: ‘Ga je over ons schrijven! Wat goed! Dat vind ik echt heel leuk. Naar welk dorp ga je? Etc.’
Om aan te geven hoe sterk de band ook met de kaste nog is volgt hieronder een legende die Abda – die permanent in Dakar woont en het vak van zijn vader niet uitoefent – mij in de bus vertelde. Ik vroeg hem tot welke kaste hij behoort. Met twinkelende ogen antwoordde hij mij ‘Nadat ik je deze legende vertel zul je het weten’.
Op een dag roept de torodo (koning) van Fouta Toro zijn vier beste ambachtslieden bij zich om te bepalen wie zich de allerbeste ambachtsman mag noemen. Hij vraagt hen om hun mooiste werk te maken. Meteen gaan ze aan het slag. De laobo (houtbewerker) maakt een schitterend houten beeld, de maabo (pottenbakker) boetseert zijn mooiste vaas, de sake (leermaker) vervaardigt een prachtig paar schoenen en de baylo (edelsmid) smeedt een fonkelende gouden halsketting. De koning is tevreden en overlaadt de ambachtslieden met complimenten, maar tot hun ontzetting vraagt hij hen vervolgens om het werk kapot te maken. Toch gehoorzamen ze de koning opnieuw. Voor zijn ogen zaagt de laobo zijn beeld doormidden, gooit de maabo zijn vaas kapot, scheurt de sake de schoenen in tweeën en de smelt de baylo zijn ketting om. ‘Goed’, zegt de koning ‘dan wil ik nu dat jullie van dit materiaal opnieuw je beste werk maken’.
Abda onderbrak zijn verhaal en keek me vol verwachting aan. ‘Weet je het al?’. Ik voel hem aankomen. ‘Inderdaad, de koning roept hierop de baylo uit tot de beste ambachtsman’.
2 reacties tot nu toe
Plaats een reactie
Hoi Tom,
Reactie door Wilma Muns juli 12, 2009 @ 4:38 pmIk ben onder de indruk van je uitgebreide beschrijving over cultuur en geschiedenis van HalPulaar en Fouta. Doe vooral mijn hartelijke groeten aan Abda!
Wilma
Hoi Tom
Ben zeer onder de indruk, ik blijf je,juliie, volgen.
Reactie door Joke Warries juli 14, 2009 @ 10:23 amKuzz Joke